Kwadeplas

Kruispunt van mooie wandelingen

Tekst geschreven door: Norbert Mosselmans (2011) aangevuld door het Rode Vroeger team

Bron:

  • Met dank aan Emile Coppens voor foto's en weetjes

Foto: Christian Nekkebroeck

Een rare naam voor een straat. Maar ze was "kwaad". Al had ze die naam, was al bij al een heilige straat. Want wie woonde er?  Ons Heer, de Paus, Buskop, de Suisse, de vlucht naar Egypte, de Zwette Kapelle…  Minder heilig van naam was: Pie Canif, Rosse Lieze, Maria Tet, Wis va keu...


Belegd met rosse ronde kasseien en meestal vol modder. Ze daalt af en mondt uit op de hoeve (Vanderdeelen) aan de Kwadebeek. Daarom was er veel modder. Daar splitst de straat: rechts gaat ze als aardeweg door de weiden naar het "Hangesveld" en zo naar de Goede lucht (vandaag "Bij Eddy") langs de Eigenbrakelsesteenweg.

De hoeve Kwadebeek dateert van rond 1880, en is dus vrij recent. De bouwheer-landbouwer was het koppel Vanderdeelen- Berghmans. Hun dochter Marie Vanderdeelen (Maré Sjopper) huwde met Hendrik Coppens (Hanjke Ceuppens), die het pacht overnam in 1918 van zijn schoonvader. Voor de overname was Hendrik Coppens nog cafébaas van het Parochiehuis. In 1943 nam zijn zoon Léon het pacht over tot 1976. Na de tweede wereldoorlog werd ook een grote stal bijgebouwd.

Hoeve Vanderdeelen - foto: collectie Pierre Rolin. In 2022 kunstmatig gekleurd

Leon Coppens en zijn echtgenote

Hendrik Coppens en Marie Vanderdeelen

Steeds rook het er naar paarden. De paardenstal was juist naast de smeedijzeren toegangspoort. Voor de hoeve, aan de overzijde van de straat, bevonden zich bietenputten. ln de winter gevuld met pulp en in de zomer leeg maar meestal zaten er kikkers in die daar een "droge" dood stierven. De ploegen stonden onder een afdak gebouwd naast deze putten. ln deze hoeve hebben wij vele jaren melk gehaald. Daarvoor waren er thuis twee melkkannen. Een rode gelakte (zoals de kasrollen) en een gegalvaniseerde. Aan elk had vader een kenteken aangebracht. Een straf stuk platte ijzerdraad dat rond het handvat gedraaid was. Anders was het onmogelijk om de pot te herkennen tussen de tientallen die op de tafel stonden. Maré Sjopper of Maria, de schoondochter, wisten uit welke gezinnen de kinderen om de melk kwamen en plaatsten de pot dan ook vooraan op tafel. Zo konden wij er met onze korte armpjes gemakkelijk bij. Over de hobbelige kasseien keerden wij naar huis, er wel oplettend niet te morsen of uit te schuiven.

Tijdens de tweede wereldoorlog was de hoeve ook een schuilplaats voor geallieerde piloten die naar Frankrijk werden gesmokkeld, de ontsnappingsroute liep over Rode. In 1976 kwam de hoeve Kwadebeek in handen van de Gemeente.


De hoeve werd ook nog een kinderboerderij “Het Neerhof”, een taverne met eet- en feestzaal. Laatst gekende uitbater was Partous (begrafenis- ondernemer in Alsemberg), die er ijsjes verkocht. De pétanque-club heeft sinds 2005 haar indoor-speelterreinen. 

Hoeve Vanderdeelen - foto: collectie Jacques Devillé. In 2022 kunstmatig gekleurd

Rechts naast de hoeve loopt het Kwadelindekenswegje naar de achtertuin van Dokter Carlier (gewezen Burgemeester, woonde in het grote herenhuis op de Lindestraat) en komt uit in de Fonteinstraat. Er was één afsteek (nu trapje op naar de nieuwe “Wilgen”wijk) en die geeft uit op “de Linne”. Daar woonde Tist de schoenmaker.


Over Dokter Carlier

Leo Carlier, populaire Dokter, zette voor de jaren ’50 (*) half Rode op de wereld, bijgestaan door de eveneens populaire voedvrouw Cécile Wauters. Hij was ook Burgemeester van 1933 tot 1939. Onder zijn burgemeesterschap werd het Gemeentehuis gebouwd, eerste steenlegging was op 27 september 1937 en werd voltooid in 1942. Feestelijkheden waren er niet, het was volop oorlog.. 

(*) na de jaren ’50 gingen de vrouwen uit Rode meestal bevallen in Kliniek Sint Elisabeth te Ukkel. Dokter Carlier overleed in 1959, op 58-jarige leeftijd.

De opvallende voorgevel van het herenhuis van Dokter Carlier, achteraan was er een mooie tuin die uitgaf in de Kwadelindekensweg en Fonteinstraat. Daar gaat de Kwadebeek ondergronds richting centrum. Voor de aanleg van de Zoniënwoudlaan liep de Kwadebeek naar het vijvertje van Kasteel Malibran om vandaar verder door het centrum te lopen naar de Molenbeek.

Foto: gemeentelijke collectie.

In 2022 kunstmatig gekleurd.

De linkse weg gaat langs het huis van "Vaploerke" en naar het Hof-ten-Hout en het domein van Revelingen. Men ging dan voorbij het goed (woning met vijvertje) van dokter Serexhe: de “Biestendoktoor”.


Vaploerke was een beruchte stroper en zeker niet de vriend van boswachter Fons Goossens van Domein de Jonghe d’Ardoye (zie tekst St-Gertrudis wandeling). De oorsprong van zijn toenaam komt van “va pleuvoir”, Vaploerke was bouwvakker en werkte af en toe in het Franstalig landsgedeelte en met zijn Nederlandstalig accent “vapleur” uitsprak. 

Foto: Christian Nekkebroeck

Juist boven de berg woonde "Buskop". Hij was kistenmaker en doodgraver. Zijn zwart geschilderde "corbillard" werd getrokken door een paard. Boven de zwarte corbillard bevond zich een hemel met op elke hoek een bos zwarte struisvogelveren. “Buskop” is met zijn eigen doodswagen begraven.

Foto: Christian Nekkebroeck

Tot slot, de Kwadebeek hoeve ligt er verlaten bij... en is ook zo. Weinige uitbaters zijn er tot op heden in geslaagd om deze nochtans mooie locatie te “rentabiliseren”.

Meer weten?

Er zijn nog foto's van de omgeving van de Kwadeplas. Neem gerust een kijkje ter plaatse en scan de verschillende QR-borden in de rechtstreekse omgeving voor meer uitleg.