Rond het landgoed van de Graaf de Jonghe d’Ardoye

Fictief verhaal gebaseerd op reële feiten ("uchronie") door Christian Nekkebroeck

Met een speciale dank aan Gravin Brigitte de Jonghe d’Ardoye, Marina Blijkers, Ludo Stevens voor de foto’s en documentatie.


Wenst u een voorsmaak van die wandeling, volg dan deze LINK om de video van Eddy Vannerom te bekijken.

Na lang aandringen mocht ik van Alfons (Fons) Goossens, de “garde” van Graaf Philippe de Jonghe d’Ardoye, een rondje meerijden langs de landerijen van de Graaf. Wij spraken af aan het Hof-ten-Hout. Ik zat maar pas op zijn crèmekleurig brommertje toen hij er mij attent op maakte dat het Riet langs de Ezelsweg, waar de Kwadebeek een vijvertje vormt ter hoogte van de hoeve, vrij uniek is in België.

Indien u de tocht van Fons (8-tal km) wenst te doen, hou er rekening mee dat u een kleine km langs de drukke steenweg naar Eigenbrakel moet stappen/fietsen.

De “garde” Alfons Goossens op zijn crèmekleurig brommertje met geweer op de schouder, zoals de stropers en de Rodenaren hem zagen rondtoeren langs de landerijen en in het domein (bron: Marina Blijkers - in 2021 kunstmatig ingekleurd). 

Uitkijkpost met zicht op weide en velden.

Fons met zoon Hilaire en otter.

We rijden verder door tot aan de ingang van het bos waar de bron van de Kwadebeek ontstaat (een betonnen plaat met metalen deksel). Wij stappen even af en gaan via een privéweg langs de rand van het bosje. Rechts, staat er een kleine uitkijkpost, met zicht op weide en velden die klem liggen tussen de Hof-ten-Hout en de Gravendreef, vanwaar de jagers het wild kunnen spotten. In de verte zien wij een kudde reeën. Wij komen Hilaire tegen, zoon van Fons, die net een otter had gevangen. Zeker een foto waard.

We rijden verder langs de Ezelsweg, daar moet ik even afstappen want met twee geraakt zijn brommertje niet tot boven de klim tot de Elsenbosweg. Aan de Gravendreef blijven wij zoals veel voorbijgangers even staan aan het Kruis van de Graaf de Croix. De Graaf was in 1863 slachtoffer van een jachtongeval. Hij overleed na ziekenzalving in het Kasteel van Revelingen. Hij was slechts 57 jaar, de exacte omstandigheden van het overlijden werden nooit achterhaald.
Link naar de rouwbrief.

Portret van Charles Edmond de Croix  (door Claude-Marie Dubufe)

Kruis van de Graaf de Croix

Graaf Charles-Edmond-Marie de Croix (1807-1863) was de Heer van Steenokkerzeel en verbleef in het Kasteel van Ham met zijn echtgenote en drie kinderen. De familie de Croix is een adellijke familie in Europa, waarvan de eerste sporen al terug te vinden zijn in de 12de eeuw in Picardie (Fr), verwant met talrijke koningshuizen waaronder de Orléans en, dichter bij huis, de Comte de Chimay. De Graaf zou geboren zijn in Rode (officiële aangifte was Parijs). Meestal werd de adel geboren in een kasteel, maar rond 1807 waren er nog geen kastelen in Rode…

Ter hoogte van de Gravendreef, een van de hoogste punten in Rode, zie je in de verte de Leeuw van Waterloo. Dit landschap was halverwege de 16de eeuw ook het jachtgebied van Keizer Karel die na een dag jagen met zijn gevolg ging overnachten in de Priorij van Zevenbronnen. Keizer Karel kon er jagen op wolven, everzwijnen, herten en damherten (the big 5). De beer was ondertussen al uitgestorven in onze contreien….


Het toen nog immense Zoniënwoud boezemde ook vrees in, rovers hebben er eeuwenlang passanten leeggeschud.

Wij nemen nu de Sint Gertrudisdreef, een hobbelige weg leidt ons tot aan de Sint Gertrudishoeve. Ze werd tussen 1825 en 1835 gebouwd door een vennootschap die suikerbiet wilde promoten. Het bedrijf ging failliet en in 1840 kocht Baron Alfons Goethals de gebouwen en terreinen op. Het hof kreeg de naam van de dreef. Dit statig hoevecomplex is opgetrokken in baksteen. De hoofdingang is een duivenhuis met schilddak, in een nis staat het beeld van Sint-Gertrudis. De huidige eigenaars zijn al enkele jaren de gebroeders Luc en Marc Lannoye. Sint-Gertrudis is nog altijd het grootste hof.

Hoeve Sint-Gertrudis

Baron Auguste (Charles Antoine Louis) Goethals werd geboren in Turijn (1812) en overleed in Brussel in 1888. Hij was een militair en ook Minister van Oorlog. Hij was de zoon van Luitenant generaal Charles Goethals (1782-1851). In 1836 trouwde hij met Mathilde Engler (1814-1894), dochter van senator Jacques Engler. Het echtpaar had vier kinderen waaronder een zoon die jong stierf. Hun dochter Valentine trouwde met Philippe de Jonghe d’Ardoye in 1860.

Hoeve Sint-Gertrudis

We trekken door tot aan de Steenweg naar Eigenbrakel. Wanneer we de kasteelhoeve naderen zien we door de bomen de kleurrijke toren van het kasteel Revelingen. Aan het grote metalen hekken zien we een deel van de orangerie en van de serres, bijgebouwen van het kasteel.

Revelingen, orangerie en serres

Langs de hoofdingang op de steenweg rijden we het Domein van Revelingen binnen. Fons bleef staan achter de bomen, wetend dat Graaf Philippe niet altijd opgezet was met ongewenst bezoek. Vandaar kon ik even een foto maken van het kasteel ontworpen rond 1860 door architect Cluysenaar  in opdracht van Baron Alfons Goethals wiens dochter Valentine huwde met Graaf Louis de Jonghe d’Ardoye. Door vererving kwamen het kasteel, de hoeves en domeinen uiteindelijk in handen van de “dynastie” de Jonghe d’Ardoye.

Kasteel Revelingen - verzameling Eddy Vannerom

Kasteelhoeve langs de steenweg naar Eigenbrakel

De hoeve zelf vormt de hoek van de dreef en de steenweg. Deze hoeve werd ontworpen door architect Cluysenaar (rond 1860).

Valentine Goethals (°1841 + 1917) werd geboren als jongste dochter van Baron Goethals en Mathilde Engler. Ze huwde in 1860 op 19-jarige leeftijd met de 20 jaar oudere Graaf Louis de Jonghe d'Ardoye. (°1820 + 1893) Ze kregen 2 kinderen; een zoon en een dochter.

Valentine overleed in Rode. Louis de Jonghe d'Ardoye was de zoon van Burggraaf Auguste de Jonghe d'Ardoye en van Lucie Charliers de Buisseret.

Hij was diplomaat en Minister onder Koning Leopold II. Hij werd benoemd tot minister van Staat en ook vereerd met de titel van Graaf, voor hem en al zijn nakomelingen.
Zijn zoon, André de Jonghe d'Ardoye (1861-1936) die later het Kasteel en landerijen zou beheren was ook Luitenant-Generaal bij het leger.

Het ommuurd kasteeldomein werd aangelegd op een gerooid deel van het Zoniënwoud. Het kasteel Revelingen is ontworpen in eclectische stijl met bepleisterde parementen onder het leiendak. Het is vrij kleurrijk opgevat, met rode / roze kleur voor de gevel, goudgeel schrijnwerk en ornamentele details in grijze natuursteen. Aan de hoofdingang en aan de rechter voorzijde zijn zuilen (o.m. in Toscaanse stijl).

Jean-Pierre Cluysenaar geschilderd door Gallait

Identieke details zijn terug te vinden in onder andere de villa Servais in Halle en het kasteel Calmeyn in Drogenbos. Jean-Pierre Cluysenaar (1811-1880) maakte na zijn architectuurstudies aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten snel naam in de betere kringen. Zijn ontwerp van de Sint-Hubertusgalerij te Brussel zal aan zijn faam wel niet vreemd zijn geweest. Als architect wist hij zich elke keer opnieuw aan te passen aan de noden en wensen van zijn (rijke) klanten. Zijn werk maakte hem tot boegbeeld van het zgn. eclectisme.

Café "In de goede Lucht" - verzameling Eddy Vannerom

Fons bestelde een geuze, aan het bierkaartje zie ik duidelijk dat het bier van bij Brouwerij De Greef komt. Cafébaas Remy komt nog een babbeltje slaan en legt zijn menukaart voor. In de spiegel achter de toog zie ik zijn zoon Ludo de geuze vakkundig het glas ingieten...

Wij rijden verder langs de steenweg naar de "In de Goede Lucht". Nog niet zo lang geleden moesten de wielrenners van Parijs-Brussel deze beklimming doen op kasseien!

Ik trakteer Fons op een boterham en een pint in ’t café en spijshuis de "In de Goede Lucht" (nu “Chez Eddy”), een gebouw dat een puntige hoek vormt met de Bosstraat. De gevelbekleding was in cimorné (glas-grind), zoals de Brouwerij De Greef. Toen wij binnenkwamen viel daar even een stilte. Va-ploerke, een beruchte stroper met woonst op de Kwadeplas, was aan het opscheppen geweest bij cafébaas Remy Stevens. Hij beweerde dat hij zopas een vers konijntje had verkocht aan een cafégast. Een kwade blik van Fons deed de spanning stijgen. Va-ploerke hield staan dat hij van de Graaf toelating had om af en toe een konijntje te “pakken”. Ooit zou hij pech hebben gehad toen hij een “vers” konijntje wilde verkopen aan een tooghanger, maar bij het openen van zijn jutten zak wist het diertje te ontsnappen. Het liep een criterium in het café alvorens in het struikgewas te verdwijnen…

Ik reken af met een briefje van 50 Belgische frank. Op de hoek van de straat staat een scharensliep, Fons laat zijn dolk wat bijscherpen, ondertussen maak ik een foto van de ploeg van de wasserij “La Neigeuse” uit Drogenbos die een pint komen drinken bij Remy.

Blanchisserie "La Neigeuse"- kunstmatig ingekleurd.

Henry de scharensliep - kunstmatig ingekleurd.

Na deze stevige boterham met boerenhesp rijden we richting Kwadebeekstraat waar wij even moeten uitwijken omdat de mannen van de maatschappij een elektriciteitskabel leggen, richting boswachterswoning van Fons. Hij is tevreden, straks zal zijn gezin eindelijk kunnen genieten van een deftig verlichte woning (jaren ‘50). Het was een huzarenstukje om de elektriciteitskabel van de Kwadebeek, door het bos, tot aan de boswachterswoning te trekken. De kabel was blijkbaar ook een aantal meters te kort.

Wij zijn nu op een honderdtal meters van zijn woonst. Alice, zijn echtgenote, is water aan het ophalen uit de zeer diepe waterput. Zij wordt daarbij geholpen door een koe die met touw en riem rond de nek een dertigtal liter naar boven haalt...Er is hoop binnenkort een aansluiting te krijgen op het waterleidingnet.

We draaien nu langs het (wandel)pad dat de verbinding maakt met de Hof-ten-Houtweg. Fons houdt even halt om te controleren of er geen stroppen te zien zijn. Meestal trof hij die aan in het dennenbos dat ooit nog door hem samen met zijn zoon in het begin van de jaren ‘50 werd aangeplant.

De  jachtopzienerswoning waar Fons woonde.

Tijd om afscheid te nemen, het was een leerrijke en mooie tocht…

OVER FONS...

Alfons en zijn echtgenoote.

Kunstmatig ingekleurde foto

In 1948 nam Alfons Goossens, aangeworven als boswachter door de Graaf, zijn intrek in het de jachtopzienerswoning (Maison de garde-chasse). Fons was afkomstig uit Oostveld (W-Vl), verhuisde met vrouw Alice en vier kinderen naar de woning en kreeg als opdracht de stropers en de ongewensten uit het domein te houden en de aangetroffen stroppen te verwijderen. Hij bleef tot 1968 boswachter (20 jaar) en stierf in 1980. Zijn echtgenote Alice overleed in 1967.